
Kerkgebouw Hersteld Hervormde Gemeente Papendrecht. Dit gebouw is op woensdag 15 augustus 1923 in gebruik genomen als Rooms Katholieke Parochie. Na 42 jaar aan de Veerdam als Parochie dienst gedaan te hebben is, door de bouw van een nieuwe kerk aan de Vrijheer van Eslaan, in 1967 het gebouw aan de lokale overheid verkocht en daarna in gebruik genomen als 'Koninkrijkszaal' door de Jehovagetuigen. Eind november 2008 heeft de Hersteld Hervormde Gemeente van Papendrecht deze sfeervolle kerk in gebruik mogen nemen. Nu mag het Woord der waarheid er vanaf de kansel klinken. Eerst werden de beelden aanbeden, toen een valse leer gepredikt en de Heere geve dat er door de dwaasheid der prediking levende stenen in dat Godsgebouw mogen worden toegevoegd. Hem ter eer en vele zielen tot zaligheid. Vanaf 10 september 2009 mocht de gemeente verblijd worden met de komst van een eigen herder en leraar in de persoon van ds. K. Veldman die zondag
aan zondag het Woord mag verkondigen als pastoraal medewerker van de gemeente.
De Heere geve dat hij gebruikt mag worden als een rover der hel en als een bruidswerver van Koning Jezus.
Na ruim 2,5 jaar de gemeenten Papendrecht en Alblasserdam als pastoraal medewerker gediend te hebben, zal ds. K. Veldman D.V. vanaf 1 mei 2012 zijn werk in Papendrecht beëindigen. Mede door de enorme groei in Alblasserdam en Papendrecht wil hij het werk in Alblasserdam voortzetten. Vanaf 1 mei 2004 mag de gemeente Papendrecht rondom het Woord vergaderd zijn en begon men met 146 leden, inmiddels telt de gemeente per 1 januari 2012 266 leden. In Alblasserdam is de gemeente zelfs verdrievoudigd.
Maar de Heere heeft inmiddels willen voorzien in een nieuwe pastorale medewerker en wel in de persoon van ds. J.G. Blom, thans nog predikant te Loon op Zand, maar per 1 mei 2012 hoopt ds. Blom met emeritaat te gaan en dan zijn werk in Papendrecht te mogen aanvangen. De Heere schenke dat arbeid tot zegen van velen mag zijn.
Voorts kunt u van tijd tot tijd op deze pagina actueel kerkelijk nieuws aantreffen dat niet in de pers vermeld wordt, maar wat ik vanuit diverse kerkbodes u hoop door te geven.
Kleine gemeenten (overgenomen uit De Saambinder)
Van de 157 gemeenten die het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten telt, zijn er 21 met minder dan honderd leden en doopleden. Sommige gemeenten zijn altijd klein geweest; andere gemeenten hebben vooral de laatste jaren met een daling van het ledental te maken, met alle gevolgen van dien. Elke maand hoop ik op bezoek te gaan bij kleine gemeenten. Deze maand: Hellevoetsluis
Met slechts 23 leden en 5 doopleden is Hellevoetsluit momenteel de kleinste gemeente van ons kerkverband. Omdat de gemeente behoorlijk is vergrijsd en aanwas van buitenaf ontbreekt, lijkt een verdere daling van het ledental onafwendbaar. Toch gaat Gods Woord iedere zondag nog open en is de Heere geen land van uiterste donkerheid!
De gemeente Hellevoetsluis is zo'n vijftig jaar geleden ontstaan. In De Saambinder van 16 oktober 1958 wordt er voor het eerst melding van gemaakt dat er in Hellevoetsluis kerkdiensten gehouden zullen worden, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten. Het initiatief voor deze diensten ligt bij J. Zuidijk, die zich vanuit Vlaardingen in Hellevoetsluis heeft gevestigd. De kerkdiensten worden aanvankelijk op doordeweekse avonden gehouden. Als plaats van samenkomst fungeert de Gereformeerde Kerk, die om niet gebruikt mag worden. Begin januari 1959 wordt de eerste zondagse dienst gehouden. De belangstelling daarvoor valt echter tegen: naast de kerkenraad en de organist zijn er maar drie personen aanwezig. Toch worden de diensten voortgezet en al spoedig voegen zich nieuwe leden bij de gemeente. Als de Gereformeerde Kerk in 1962 een nieuwe kerk in gebruik neemt, wordt de Gereformeerde Gemeente als eerste in de gelegenheid gesteld om het oude kerkgebouw over te nemen. De kostprijs bedraagt slechts 15.000 gulden. Hoewel de opkomst ook dan nog gering is - er zijn diensten waarbij het aantal aanwezigen op de vingers van één hand geteld kan worden - grijpt men deze kans aan. Door de komst van nieuwe gezinnen ontstaat er in 1965 een forse groei. Als de gemeente wordt geinstitueerd, bedraagt het aantal leden al 82 en tien jaar later is dit gestegen tot 133. Een groei van meer dan vijftig procent. In 1982 bedraagt het ledental zelfs 159. Vanaf dat moment gaat het echter bergafwaarts. Ouderling T.A. Dijkhuizen, die zich in 1971 vanuit het Westland in het nabijgelegen Vierpolders vestigde, heeft het wel en wee van de gemeente van nabij meegemaakt. In 1973 werd hij gekozen tot diaken. Sinds 1990 dient hij de gemeente als ouderling. 'De opbloei van de gemeente in de jaren zestig en zeventig was vooral een gevolg van het feit dat Hellevoetsluis werd aangewezen als groeikern', aldus Dijkhuizen. 'Als kerkelijke gemeente profiteerden we hiervan, temeer omdat er in Rotterdam en omgeving moeilijk een huis te krijgen was. Vanuit diverse plaatsen in de regio vestigden jonge gezinnen zich toen hier. Omdat de schoolkinderen per bus naar de reformatorische school in Hoogvliet werden vervoerd, was Hellevoetsluis in die tijd ook voor gezinnen met kinderen een prima locatie om te wonen'. Het tij is echter gekeerd. Dijkhuizen: 'Vooral het ontbreken van een eigen basisschool in de directe omgeving en de afstand tot het voortgezet onderwijs in Rotterdam was voor verschillende gezinnen reden om naar elders te vertrekken. Daar komt nog bij dat Hellevoetsluis, laat ik maar zeggen zoals het is, een wereldse stad is, helemaal gericht op het hier en nu. Kerkelijk meelevende gezinnen met opgroeiende kinderen vestigen zich dan ook liever elders. Het ontbreekt ons dus gewoon aan jonge aanwas'. Ondanks het geringe aantal leden en doopleden heeft het kerkelijke leven tot op heden nog zijn voortgang. Naast Dijkhuizen bestaat de kerkenraad momenteel uit nog twee diakenen. Omdat twee keer voorgaan op één zondag een te grote belasting voor Dijkhuizen vormt, leest één van de diakenen 's avonds een preek. Wel opent Dijkhuizen die tweede dienst en doet hij het grote gebed. Overigens is het nog maar betrekkelijk kort geleden dat de gemeente nog twee ouderlingen had.
'Ruim 36 jaar is de gemeente op stichtelijke wijze gediend door ouderling A. Harlaar. Een eenvoudige man, met een enorme kennis van de Schrift. Na een betrekkelijk kort ziekbed overleed hij begin 2009. Dat was een grote slag voor de gemeente. Omdat ik in die tijd ook met mijn gezondheid te kampen had, hebben verschillende classisgemeenten toen hulp geboden'.
De zondagse kerkdiensten worden veelal door een kleine twintig personen bezocht. Tijdens weekdiensten wordt dit aantal echter niet gehaald. 'Soms hebben we maar tien hoorders', aldus Dijkhuizen, 'maar voor de meeste predikanten vormt dat geen beletsel. Toen we eens tegen een gastpredikant zeiden: 'Dominee, het is maar een klein clubje, hoor', was zijn antwoord: 'Wij hoeven ze niet te tellen, dat doet de Heere!' En zo is het'.
Wat de preekvoorziening betreft, is het aantal malen dat er 's zondags een predikant of student in de gemeente voorgaat niet zo groot. 'Gelukkig krijgen we nog wel eens een derde beurt, waar we erg blij mee zijn. Daarnaast proberen we iedere maand een weekdienst te beleggen. Het strekt ons wel eens tot verwondering dat de predikanten nog willen komen én dat ze hier hun woord nog kwijt kunnen'. Hoewel het aantal doopleden uitermate klein is, wordt er nog steeds catechisatie gegeven. Dijkhuizen: 'Momenteel hebben we vier catechisanten uit onze eigen gemeente en één uit Oostvoorne. Belijdeniscatechisanten waren er dit jaar niet; dat is al weer drie jaar geleden'.
Ook doopdiensten en huwelijksbevestigingen komen bijna niet voor. Daarnaast ligt het verenigingswerk al weer enige jaren stil en ontbreekt het aan voldoende mensen om zendings- en evangelisatieactiviteiten te ontplooien.
'In het verleden hadden we een jeugdvereniging en een vrouwenvereniging en hielden we zondagsschool. Maar daar we noodgedwongen mee gestopt, hoe jammer dat ook is'.
In materieel opzicht kent de gemeente geen zorgen. De offervaardigheid is groot en het onderhoud aan het kerkgebouw wordt zoveel mogelijk door de leden zelf uitgevoerd. Vanuit dat oogpunt bezien, bestaat er dan ook geen reden om de gemeente op te heffen. Temeer geldt dit omdat samenvoeging met Oostvoorne op dit moment geen reële optie is. Toch sluit Dijkhuizen zijn ogen niet voor de realiteit. 'Laatst keek ik vanaf de preekstoel de gemeente in en toen dacht ik zomaar bij mezelf: Waar moet dat toch heen? Maar tegelijk dacht ik: Als we hier stoppen, is het Woord helemaal weg. En dat gaat je ook aan het hart. Als we daarnaast nog wel eens mogen ervaren dat de Heere van ons afweet en ook nog wel eens overkomt, dan stop je niet zomaar. Dan is er in heel Hellevoetsluis geen betere plaats dan in ons kerkje'.
Ten aanzien van de toekomst van de gemeente is de kerkenraad met gemengde gevoelens vervuld.
'Zolang het verantwoord is en het nog gaat zoals het gaat, is het onze intentie om hier te blijven. Maar er kunnen zich natuurlijk altijd omstandigheden voordoen, dat het niet meer gaat. Dat tijdstip is voor ons echter verborgen. Het ligt alles in Gods hand en de weg die Hij bepaalt, is altijd de beste'.
 |