Kerknieuws
Gereformeerde Gezindte
Openingspagina
Foto's
Persoonlijk
Kerkbodes
Spreuk van de week
Overig
Ware gebeurtenissen
Kerkelijk leven
Jongerenrubriek
Preek van de maand
Interviews
Links
Contact
Gastenboek
Agenda
Interviews
 
Interview RD vrijdag 3 oktober 2008. copyright RD
 
De sloot is dieper uitgegraven en er staat bijna geen water meer in. Verder is het strakke landschap tussen Nieuwe-Tonge en Middelharnis onveranderd sinds 20 augustus 1985. Die dag staat Marius van der Valk uit Papendrecht (41) in het geheugen gebrand. Een bromfietsongeluk veranderde zijn leven radicaal. Niet alleen maatschappelijk, maar ook geestelijk.
 
 
Door Gijsbert Wolvers
De 18-jarige Marius van der Valk uit Nieuwe-Tonge is een jongen als vele anderen. „Ik had leao gedaan, werkte bij een supermarkt in Stellendam, had een brommer en was alleszins godsdienstig.”
Hij kerkt met zijn ouders in de hervormde gemeente in zijn woonplaats, waar ds. J. van den Born herder en leraar is. „Ik was altijd bezig met de dingen van Gods Koninkrijk. Op 18 augustus 1985 preekte ds. Van den Born over zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus, dat je in voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig moet zijn. Die avond viel de duivel me enorm aan. Ik dacht: Er is geen God en vroeg: God, als U dan bestaat, wilt U mij een teken geven? Ik kreeg het antwoord: Deze week zul je in het ziekenhuis bekennen dat Ik er ben.”
Dinsdag 20 augustus is een vrije dag voor Marius. De zon schijnt. Hij heeft zijn bromfiets laten repareren - de remkabels waren stuk. Als hij voor een boodschap naar Middelharnis vertrekt, doet hij twee keer een knoop in de kinband van zijn helm. „Waarom doe je dat?” vraagt zijn moeder. „Voor de zekerheid, ik maak ook wel eens het riempje niet zo goed vast.”
Marius volgt met zijn brommer de parallelbaan van de Langeweg naar Middelharnis. Bij een van de laatste kruispunten slaat een auto vanuit Middelharnis van de Langeweg af en draait de Parallelweg op. Marius mindert vaart, de bejaarde automobilist ook; hij moet Marius voorrang geven. Béíden denken van elkaar dat ze voorrang krijgen en geven weer gas. De auto schept Marius. „Een toeschouwer zag mij met brommer en al over de auto heen vliegen, zo krampachtig hield ik mijn brommer vast. Pas toen ik in de sloot neerkwam en mijn linkerknie de hete uitlaat raakte, liet ik los.”
In het ziekenhuis blijkt dat Marius’ bovenbeen gebroken, zijn knie verbrijzeld en zijn linkeronderbeen verlamd is. „Mijn hele carrière viel in duigen. Ik zou een opleiding gaan doen om chef te worden. Mogelijk zou ik zelf een filiaal gaan leiden, maar door het verlamde onderbeen vielen al deze plannen in duigenxx. De artsen zeiden: Je zult binnenkort in een rolstoel terechtkomen.”
Geestelijk is het echter een goede tijd voor de jonge Marius. „Ik werd erg bemoedigd door de boetewoorden van Psalm 130. Ik ervoer dat het zonde was om aan het bestaan van God te twijfelen. Vanuit de diepten riep ik tot God, en Hij was mij tot troost en steun. De berijming van deze psalm, het vers ”Ik blijf den Heer’ verwachten”, hielp mij, maar ik vertelde het tegen niemand. Toen kwam ds. Van den Born op bezoek. Hij gaf mij een tegeltje waarop precies die regel staat: Ik blijf den Heer’ verwachten.” De inhoud van dat tegeltje is voor mij van onschatbare waarde geworden.”
Marius verblijft drie weken in het ziekenhuis. Dan volgt een lange periode van revalideren. De spierkracht in het onderbeen komt terug, maar de voet blijft verlamd. Specialisten in ziekenhuizen uit Rotterdam en Dirksland zeggen Marius: „Iets wat verlamd is, komt nooit meer goed.”
Ook de fysiotherapeute heeft na ruim een halfjaar geen hoop op herstel. Op 5 maart 1986 zegt ze dat ze niet meer weet wat ze moet doen. Als ze die dag opnieuw een elektrisch apparaat op de voet aansluit, krijgt ze telefoon. „Toen ze terugkwam, zei ze: „Wat ben je aan het doen?” Ik bewoog mijn voet. Ze zei: „Ik geloof nergens in, maar dit is een wonder.”” Marius krijgt de macht over zijn voet terug, hoewel nog enkele operaties nodig zijn. Hij kan na verloop van tijd zelfs het aangepaste schoeisel laten staan.
Zijn zwakke knie is echter wel een handicap in Marius’ loopbaan. Terugkeer bij de supermarkt blijkt niet mogelijk. Een reeks aan banen en baantjes volgt. Veelal blijkt de knie het probleem waardoor Marius het niet kan volhouden. Momenteel is hij in deeltijd thuiszorgmedewerker en postbode; zijn vrouw Anita zorgt voor het hoofdinkomen. „Het liefst zou ik iets met mensen doen, met ouderen of met kinderen.”
Ondanks deze maatschappelijke moeiten is Marius dankbaar voor de ommekeer die zich in 1985 in zijn leven voltrok. „God heeft me toen geholpen. Gelukkig is die God niet veranderd. Hij zal mij ook onderwijzen in de weg die ik in de toekomst gaan moet.”
Dit is de vijfde aflevering van een serie waarin RD-lezers herinneringen aan een bijzondere gebeurtenis ophalen.




Datum: 17-01-2004
Vechten tegen vooroordelen

Ad Ermstrang
Honderden keren solliciteren. Al is de brief nog zo goed en de opleiding perfect, de alinea over een depressieve periode of andere arbeidshandicap doet het epistel meestal in de prullenbak belanden. Maar zwijgen over psychische problemen heeft ook grote risico's. Trudy van der Boom-Los van centrum voor arbeidstraining en begeleiding bij reïntegratie De Doorgang in Dordt spreekt van een dilemma. "Je ziet daardoor veel mensen na verloop van tijd wegzakken. Ze zijn bij veel werkgevers sluitpost, ondanks alle mooie woorden en prima regelingen. Maar wij geven het niet op."

Enigszins sollicitatiemoe is Marius van der Valk (36) uit Papendrecht. "Ik heb in de loop der jaren zeker 500 brieven gepost. Van Terneuzen tot Zwolle. Maar zonder echt resultaat."
Van der Valks verhaal begint al in 1985. Drie maanden na het behalen van zijn diploma verkooprichting aan het lbo kreeg hij een ernstig brommerongeluk. Een langdurig revalidatieproces mondde uit in knieproblemen, die zich in de jaren daarna meerdere malen herhaalden. "In 1990 kwam ik als civiel medewerker in dienst van een verpleeghuis. Een aardige baan, maar niet voor altijd. Dacht ik. In 1994 kwamen de knieproblemen echter terug en enkele jaren daarna lieten de kniebanden los. Ik ging ziekenhuis in, ziekenhuis uit en kwam uiteindelijk op een wachtlijst voor een operatie. Ondertussen zou Cadans (een uitkeringsinstantie, AE) volgens eigen zeggen mij overal bij helpen. Niet dus. Als ik echter zelf geen actie had ondernomen, zat ik nog te wachten."
Door bemiddeling van een reïntegratiebureau kon Van der Valk eind jaren negentig voor zes maanden als onderwijsassistent in Delft aan de slag. "Voor de school was het financieel interessant, voor mij was het qua werk de leukste tijd van m'n leven." Na deze periode volgde de operatie en vervolgens weer een tijdlang revalidatie. Hij raakte langzamerhand psychisch steeds verder in de put. Een korte periode als onderwijsassistent op een Gorcumse school liep op niets uit. "Na zes weken werd daar al gezegd dat het niet goed ging. Zonder argumenten", aldus Van der Valk, die meent dat de schoolleiding erop uit was via de Wet REA, de reïntegratiewet die verschillende financiële voordelen biedt bij het inzetten van arbeidsgehandicapten, "er zelf beter van te worden."
Financieel kan hij, dankzij het inkomen van zijn echtgenote, wel rondkomen, maar het leven valt hem soms zwaar. "Zo is me in het verleden vanuit mijn omgeving gezegd dat "wij voor jou moeten betalen." Vrienden hebben wel eens opgemerkt dat ik maar "moest gaan werken, dan gaat het wel goed met die psychische toestanden."
Inmiddels kibbelen verschillende arbeidsdeskundigen nu over de vraag welk werk hij wel en welk werk hij niet aankan. Na twee jaar thuiszitten, start Van der Valk binnenkort met steun vanuit De Doorgang met onder meer wat postwerkzaamheden voor Selectmail. Hij geeft het evenwel niet op. "Ik blijf solliciteren."
Ook Van der Boom vindt het bij de pakken neerzitten de slechtste oplossing. "Maar de praktijk leert wel dat het steeds moeilijker wordt als je er een langere periode uitligt. Dat proberen wij dan weer met behulp van trainingen te doorbreken."
De negatieve beeldvorming en onkunde bij werkgevers zijn de belangrijkste hobbels bij de reïntegratie, zo bevestigt het hoofd van De Doorgang de deze week uitgebrachte rapportages. "Werkgevers zouden eens wat meer moeten nadenken, want er zijn talloze mogelijkheden en nauwelijks risico's." copyright RD

 

Kerk zamelt handtekeningen in voor christelijk Irans asielzoekersgezin

 

ALBLASSERDAM – De Iraanse asielzoekers Mehrdad, Soheila en Sunny wonen al zo’n tien jaar in Nederland en hebben zich vier jaar geleden van de islam bekeerd tot het christendom. Als het aan de IND ligt, moeten de Alblasserdammers alsnog terug naar hun eigen land. Veel leden van de Grote Kerk in Alblasserdam vinden dit niet kunnen en hebben al massaal hun handtekening gezet onder een brief van de kerkenraad aan de rechtbank. Frans Hoek, predikant in de PKN-gemeente, vindt het absurd: “Deze mensen zijn al heel lang in Nederland, hebben hun dochtertje hier laten herbegraven, en lopen enorm gevaar in hun eigen land, waar christenen nauwelijks geaccepteerd worden. Het zou absurd zijn als zij terug moeten. Ik zou er bijna voor in hongerstaking gaan,” aldus de dominee.  

 
Van links naar rechts: Mehrdad, Sunny, Soheila.

Christelijk
Uiteindelijk kregen de drie rusteloze reizigers een huis aangeboden in Alblasserdam door de Stichting Noodopvang Papendrecht. “We kwamen terecht in de Cornelis Smitstraat naast christelijke buren. Omdat we graag extra hulp wilden en goede ervaring hadden met christenen in Papendrecht, vroeg ik om de grote kerk van Alblasserdam. Ik bedoelde gewoon groot in de letterlijke zin van het woord, maar de buren dachten direct aan de kerk aan het Cortgene. Ik had het de eerste zondag (juli 2006) wel moeilijk, want ik dacht: doe ik nu geen zonden tegen Allah? Zou dit wel mogen? Maar toen had ik voor mezelf de oplossing gevonden. Ik dacht: de kerk is een plekje om met God te praten. Dus ik kan gewoon tot Allah bidden,” vertelt Mehrdad.
Dopen
Niet veel later hebben Soheila en Mehrdad zich, na het volgen van geloofslessen en het ontvangen van pastorale zorg, laten dopen. Ook Sunny is christen geworden: “In het AZC in Papendrecht ging ik regelmatig met een christelijke man om. Hij hielp ons en heeft me veel over de kerk verteld. Eerst zeiden we: ‘Praat alsjeblieft niet over je Jezusgeloof, want wij zijn moslim.’ Later ben ik ook mee naar de kerk gegaan en ga ik regelmatig naar de Iraanse Christelijke gemeenschap in Haarlem en bezoek Christelijke jongeren kampen van Stichting Gave,” aldus Sunny.
Land uit gezet
Dit jaar heeft het gezin te horen gekregen dat ze echt het land moeten verlaten, omdat er geen zwaarwegende redenen zouden zijn om hier te blijven. Dinsdag 14 december wordt door de rechter het vonnis uitgesproken. Kees Brinkman, de initiatiefnemer van de handtekeningenactie vindt het vreemd dat het gezin na tien jaar alsnog het land uitgezet wordt: “Het is in Iran erg gevaarlijk voor christenen. Op een algemeen erkende wereldranglijst (van Open Doors) staat Iran op de tweede plaats. Alleen Noord Korea gaat Iran nog voor op het gebied van Christen vervolging. Maar de IND beroept zich op officiële documenten uit 2007 waarin staat dat dit geen reden kan zijn om niet uitgezet te worden.”

 

Van links naar rechts: Sunny, Soheila, Mehrdad en dominee Frans Hoek.
Mehrdad (42) vluchtte in het jaar 2000 als politiek vluchteling vanuit Teheran naar Nederland. Hij was het niet eens met het heersende regime in zijn land en liep daardoor gevaar. Zijn vrouw Soheila(43) zoon Sunny(21) en dochter Saghi(toen 12 jaar) deden twee jaar later een vluchtpoging. Tijdens deze moeizame tocht overleed het dochtertje door uitputting en onderkoeling. Saghi werd begraven in Sofia (Bulgarije). Door een samenloop van ongelukkige omstandigheden mocht Mehrdad Nederland niet uit, waardoor hij de begrafenis van zijn dochtertje niet kon bijwonen. 12 mei 2010 is Saghi herbegraven op de begraafplaats van Alblasserdam.
In de Shell…
In 2005, toen het gezin in een asielzoekerscentrum in Papendrecht woonde, oordeelde de Immigratie –en Naturalisatiedienst (IND) dat het gezin zonder goede redenen in Nederland verbleef en beval de Iraniërs terug te keren, naar hun eigen land. “We hebben toen besloten om in België asiel aan te vragen. Naar ons eigen land terug was te gevaarlijk. Maar in België aangekomen werden we direct opgepakt. Ze vroegen of we naar de ‘Shell’ wilden. Wij begrepen dit niet en zeiden dat het goed was. Later bleek dat het om de cel ging,” grinnikt Mehrdad, omdat hij achteraf de humor van het misverstand wel kan inzien.
Huilen
De drie immigranten hebben vervolgens een tijd lang gescheiden van elkaar gevangen gezeten. “Ik zat in een heel klein hokje van een paar meter en kreeg af en toe wat eten toegestopt. Ik wilde erg graag bij mijn man zijn, maar dat mocht niet. Ik moest daar heel vaak huilen,” vertelt Soheila. Na een half jaar vreemdelingendetentie; ze waren immers illegaal in Nederland, werd het gezin op straat gezet.
Generaal pardon
Doordat het gezin heel even het land heeft verlaten (naar België) vallen de Alblasserdammers net niet onder de generaal pardon regeling die in 2007 van kracht werd. Een voorwaarde om binnen deze regeling te vallen is dat iemand vanaf 2001 onafgebroken in Nederland is geweest. “Dat zijn ze niet geweest en dat is hen noodlottig geworden,” vertelt Brinkman.  De rechtbank beslist in december dus over twee dingen: Kan het gezin als christen in Iran veilig wonen? En: Kan het gezin alsnog onder de generaal pardon regeling vallen, omdat het hen moeilijk kwalijk te nemen is dat zij in België een poging waagden.
Handtekeningen en brieven
Het doel van de handtekeningen en persoonlijke brieven die Brinkman inzamelt is om het dossier te laten opvallen. “Het moet geen standaard dossier worden. En eigenlijk willen we met deze actie proberen de rechtbank te beïnvloeden. Ik weet dat dat officieel niet kan, maar we hopen op een wonder en geloven in de kracht van het gebed,” aldus de initiatiefnemer.

Zitting Almelo
De zitting in Almelo ligt achter ons.
In uw meeleven bent u natuurlijk benieuwd hoe het is gegaan. Dat laat zich niet zo makkelijk uitleggen.
De rechter was goed geinformeerd (gaf er blijk van diverse details te kennen) en nam alle tijd om zich verder op de zaak te orienteren.

Het Christenzijn was geen enkel probleem, dat stond niet ter discussie. Er was alleen een probleempje over het bewijs van belijdenis/doop. Aanvankelijk was een belijdenisbewijs afgegeven maar voor de rechtspraak is een doopbewijs belangrijker. (Een volwassene krijgt in onze kerk geen doopbewijs maar een belijdenisoorkonde). Dit kon makkelijk worden uitgelegd.

Veel tijd werd gegeven aan een deskundige van onze kant om de de situatie voor Christenen in Iran uit te leggen.

Daarnaast was er veel juridisch gedoe tussen de advocaat, de rechter en de vertegenwoordiger van de IND. Opvallend hierbij was dat de vertegenwoordiger van de IND nog al eens met de mond vol tanden zat. (Toen wij nadien spraken over de hand van God in dit proces zei Soheila dat het leek of God de mond van de IND soms gesloten hield).

Door het proces heen kon keer op keer het schrijnende van de situatie worden uitgelegd (zoals b.v. de reis naar in Belgie). Ergens liet de rechter zich ontvallen dat "er duidelijk een probleem lag".
Ten slotte kon Mehrdad prima tot uitdrukking brengen hoeveel angst (t/m nachtmerries toe) zij hebben bij het idee terug te moeten naar Iran, kon Soheila haar smeekbede tot de rechter richten om een positieve uitspraak en kon Sunny getuigen van zijn groeiende geloof in Jezus Christus.  

De rechter sloot af met de formele gang van zaken. Dat betekent in dit geval dat ergens in januari er een uitspraak komt (een termijn van maximaal 6 weken).

Alles overziend was er een positieve grondhouding van de rechter en werd er veel meer tijd gebruikt dan gepland (1 uur en 3 kwartier i.p.v. een half uur).
Of dat alles genoeg is voor een positieve uitspraak weet ik niet. Een positief gevoel enerzijds en wetten en regels anderzijds verhouden zich niet altijd met elkaar.

De tijd van wachten is aangebroken en dat brengt ons in de volgende gebedsfase:
1.  1. Danken voor een in onze ogen goed verlopen dag (inclusief goed weer en een voorspoedige reis)
2. Bidden om
kracht voor de periode van afwachten op de uitspraak
3. Bidden om Gods leidende hand nu de rechter de uiteindelijke uitspraak gaat voorbereiden
4. Bidden voor Mehrdad, Soheila en Sunny en laten we bij dit alles de lijdende kerk in Iran niet vergeten.